De ontwikkeling van een leerling wordt direct vanaf binnenkomst zorgvuldig gevolgd. Op basis van de verkregen informatie (het onderwijskundig rapport wat de vorige school of instelling heeft opgesteld en alle onderzoeksgegevens) wordt door de orthopedagoog een dossieranalyse gemaakt. 
Naar aanleiding van deze analyse wordt er een Ontwikkel Perspectief (OPP) gemaakt, dat de leerkracht als uitgangspunt neemt bij het maken van een individueel handelingsplan. 

In het kader van diagnosticerend onderwijzen is dagelijkse observatie en registratie door de groepsleerkracht belangrijk. Tijdens de leerlingenbespreking die door de leerkracht(en) en de intern begeleider wordt gehouden, worden de vorderingen van de leerling besproken en beslissingen genomen voor de toekomst. 

Jaarlijks wordt elke leerling drie á vier keer in een leerlingenbespreking besproken, waarna het OPP wordt bijgesteld. Het OPP wordt met de ouders doorgesproken tijdens een oudergesprek. 

Twee keer per jaar worden in het kader van het LVS (Leerling Volg Systeem) de leerlingen getoetst met betrekking tot lezen, spellen, rekenen, begrijpend lezen en de sociaal-emotionele ontwikkeling. De resultaten ervan worden - met de IB-er en op teamniveau besproken. 

Voor de kleutergroep wordt voor het volgen en stimuleren van de ontwikkeling een ontwikkeling volgmodel (het OVM) gebruikt. Dagelijkse bijzonderheden worden door de leerkracht vastgelegd in het journaal, dat voor elke leerling wordt bijgehouden.

Voor het goede verloop van de zorg is de intern begeleider eindverantwoordelijk.  
De groepsleerkracht is degene die over de zorg met de ouders communiceert.

De naam van de orthopedagoog van onze school is Agnes Wild- Korterink. Zij is dinsdag en eens in de twee weken op donderdag op school aanwezig.
 

De Commissie van Begeleiding (CvB)
Binnen drie à vier maanden wordt elke nieuwe leerling op een vergadering van de Commissie van Begeleiding (CvB) besproken, waarbij het OPP als uitgangspunt dient. 
De CvB bestaat uit de directeur van de school, de orthopedagoog, de intern begeleider, de jeugdarts en de schoolmaatschappelijk werker. Indien de leerling fysiotherapie of logopedie op school krijgt zijn deze mensen er ook bij aanwezig. Op de CvB vergadering is ook de betreffende leerkracht aanwezig. Vaak worden ook de ouders van de te bespreken leerling hierbij uitgenodigd.

Leerlingen uit groep K (groep 1 en 2) worden tenminste één keer per jaar besproken op de CvB. Aan de bespreking wordt een advies gekoppeld met betrekking tot de voortgang van de leerling. 
In dit advies wordt aangegeven of een leerling gebaat is bij continuering van SBO, dat er verwezen moet worden naar een andere vorm van SO of dat terugplaatsing naar het basisonderwijs moet worden overwogen. Aan dit advies worden aandachtspunten toegevoegd, die door de leerkracht worden meegenomen in het individueel handelingsplan en die vermeld worden op het 2e rapport (juni).